Skip to content

13 februari 2016

D van Dada

Door Walter Slosse (1947-2016)

DadaNaar aanleiding van de honderdste verjaardag van het dadaïsme zond de cultuurzender ARTE op zondag 14 februari 2016 de documentaire Viva Dada uit.

Een herhaling van deze documentaire is voorzien op 11 maart 2016.

Het was in de chaos van de Eerste Wereldoorlog dat een aantal pacifistische kunstenaars en dichters uit verschillende Europese landen hun toevlucht hadden gezocht in het neutrale Zwitserland. Daar begonnen zij de literaire revolte die zowel subversief, destructief als nihilistisch was. Samengevat in twee lettergrepen die in alle talen verstaanbaar is: Dada.

In een aflevering van het VPRO-programma Urubicha op 16 mei 2002, gaf Wouter Pleijsier een overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het dadaïsme, dat een schakel was tussen het futurisme en het surrealisme.

Het begrip Dada ontstond in 1916 in Zürich toen de Duitse dichter en theaterregisseur Hugo Ball besloot in deze Zwitserse stad een literair cabaret op te richten. Al snel na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Zürich een toevluchtsoord geworden voor vluchtelingen uit alle delen van Europa. De stad was een broeinest van kunstenaars die zich wilden afzetten tegen de oorlog en tegen de conventionele tradities op het gebied van kunst en cultuur. Al gauw vormde zich rondom Ball en zijn vrouw Emmy Hennings een klein clubje van geestverwanten, bestaande uit Hans Arp, een schilder en dichter uit de Elzas, en twee uit Roemenië afkomstige kunstenaars: de schilder Marcel Janco en de dichter Tristan Tzara.

Hugo BallOp 5 februari 1916 opende het Cabaret Voltaire haar deuren in een café in het centrum van Zürich, dat werd uitgebaat door de Nederlander Jan Ephraim. Op het podium was alles mogelijk, zolang het maar vreemd, anders, of nooit vertoond was. Er klonk ruismuziek, er werden door meerdere stemmen tegelijkertijd onzinnige simultaangedichten voorgedragen, er werd bizar gedanst in groteske kostuums van bordpapier en karton, en er klonken “klankgedichten” in het Duits of Frans die nergens over gingen.

 

Luister hier naar Cabaret Voltaire, het radioprogramma van Wouter Pleijsier over Dada, gepresenteerd door Marianne Lange en Wouter Pleijsier, uitgezonden op 16 mei 2002 in Urubicha.

 

dada-758357Net als de futuristen wilden de dadaïsten in eerste instantie provoceren. Dada stond voor een levenshouding die tegen alles was: tegen de maatschappij, tegen de oorlog, tegen de gevestigde kunst. Fundamenteel was ook de constante speurtocht naar het wonderlijke. De belangstelling voor allerlei vormen van waanzin uitte zich in de gepassioneerde verdediging van geesteszieken, en daarmee in feite van alle sociaal-onaangepasten. Humor werd als het voornaamste wapen gezien tegen alles wat het individu onderdrukte. Poëzie was niet langer een puur literaire aangelegenheid, maar impliceerde een totaal nieuwe visie op de mens en de maatschappij. Poëzie was niet meer uitsluitend op het woord gericht, maar op het leven zelf. Er kwam een andere, diepgaande levensomvattende dimensie bij: door de oude tegenstellingen tussen werkelijkheid en droom, het rationele en het irrationele te vernietigen, kon een nieuwe werkelijkheid bereikt worden.

Na de oorlog verlieten de dadaïsten Zwitserland en kwam er in steden zoals Berlijn, Hannover en Parijs, een vervolg op het Cabaret Voltaire dat in Zürich was ontstaan. Op den duur vonden verschillende dadaïsten dat zij hun koers moesten wijzigen. De Fransman André Breton wilde in 1922 een congres organiseren, waarop vertegenwoordigers van verschillende groepen werden uitgenodigd. Het centrale thema zou het begrip “modern” zijn. Tristan Tzara was het volstrekt oneens met deze serieuze opzet. Het congres moest volgens hem louter bestaan uit dadaïstische anti-kunst-acties. Er ontstond een breuk tussen Breton en Tzara en in 1922, tijdens de conventie in Weimar, werd Dada officieel doodverklaard door Tristan Tzara.

(Tekst ontleend aan de bijdrage van Wouter Pleijsier voor Urubicha van 16 mei 2002.)

In 2013 vond eerder in Mu.Zee, het Kunstmuseum aan Zee in Oostende, een tentoonstelling plaats van Het Sterrenalfabet van E.L.T. Mesens.

Édouard Léon Théodore Mesens (1903-1971) was een flamboyante en talentvolle kunstenaar: musicus, dichter, uitgever, fotograaf, tentoonstellingsmaker, kunsthandelaar en verzamelaar. Met zijn collages, geschriften en publicaties brengt de tentoonstelling het fascinerende verhaal van het dadaïsme en het surrealisme.

Hij was één van de grootste bezielers van de surrealistische beweging, en hij kon in de jaren ’20 al de Roemeense dichter Tristan Tzara, de Nederlandse kunstenaar Theo van Doesburg en de Franse componist Erik Satie tot zijn vriendenkring rekenen.

Hij gaf aan René Magritte internationale bekendheid en liet Engeland kennismaken met het surrealisme. Hij was bevriend met talrijke kunstenaars zoals Roland Penrose, Lee Miller, Max Ernst, Kurt Schwitters, André Breton en Man Ray.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: