Skip to content

15 november 2012

1

B van Benepen

Door Walter Slosse (1947-2016)

In zijn opiniestuk Ze zijn zo lief voor de N-VA meneer maakt Walter Zinzen zijn beklag over de haast totale afwezigheid van onderzoeksjournalistiek in de Vlaamse media en een buitensporige aandacht voor de N-VA en haar voorzitter. Uitzondering op deze regel is het recente boek van Ico Maly, N-VA, Analyse van een politieke ideologie, waarin de auteur duidelijk maakt dat voor de N-VA geen democratie bestaat zonder een eigen Vlaamse identiteit. Hoe die identiteit in het verleden werd beheerst door het creëren van een vijand heeft het verleden duidelijk gemaakt met holle frasen op de IJzerbedevaart of het Vlaams Nationaal Zangfeest. In twee programma’s van de VPRO in 1975 maakte de historicus Herman Balthazar een schets van het Vlaamse streven naar onafhankelijkheid, dat tot op vandaag uitblinkt in omfloerste mystiek. Ondertussen staat de IJzertoren wel te koop, maar de benepenheid van de Vlamingen blijft overeind zolang meer kritiek op de tegenstrijdigheden van het Vlaams-nationalisme achterwege blijft.

Ico Maly behaalde met N-VA, Analyse van een politieke ideologie zijn doctoraat aan de Universiteit van Tilburg. Aan de hand van het programma van de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) en de uitspraken van haar leider Bart De Wever, ontsluiert Ico Maly de ideologie van een Vlaamse partij die vijandig staat tegenover de erfenis van de verlichting. De N-VA ziet immers geen enkele tegenstelling tussen democratie en nationalisme. Een gezonde democratie kan volgens de N-VA slechts gebaseerd zijn op één taal, één cultuur en één publieke opinie. Volgens Ico Maly is deze definitie in flagrante contradictie met de beginselen van de Verlichting, die geen intolerantie aanvaardt. Maar de N-VA bouwt aan het idee van die ene Vlaamse nationale identiteit door ze te contrasteren met die “andere cultuur”, de cultuur van de Walen. Bart De Wever omschreef het boek van Ico Maly als geleuter.

DenderleeuwNiets is minder waar. Ico Maly bevestigde op 27 juni 2013 op de webstek van De Wereld Morgen zijn stelling dat de N-VA onverdraagzaam is.  De partij wil zelfs Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS-boetes) gebruiken om het Vlaams Manifest in de gemeente Denderleeuw te doen naleven.

“Hier zie je enerzijds terug heel die antiverlichtingsideologie van die partij in actie komen. Niet de grondwet, de vrijheid en de gelijkheid van alle burgers is het doel, maar de constructie van een banaal nationalisme. Om wat wettelijk niet afdwingbaar is toch af te dwingen zet men de Gasboetes in. Hier zien we de slippery slope in werking van die Gasboetes: ze ondermijnen de rechtstaat en worden ad hoc ingezet om het doel van die nationalistische partij te realiseren. Ze ondermijnen zo de vrijheid van de burgers en de rechtstaat om hun homogene Vlaamse natie te realiseren.”

In een andere bijdrage van Ico Maly op de webstek van De Wereld Morgen, gepubliceerd op 23 juli 2013, beantwoordde hij nogmaals de vraag in hoeverre de N-VA een aanval uitvoert op de Belgische democratie en de waarden van de Verlichting.

In zijn tekst Ze zijn zo lief voor de N-VA, meneer, voorgedragen op de Antwerpse Boekenbeurs op 7 november 2012, laat voormalig VRT-journalist Walter Zinzen er geen twijfel over bestaan dat het vandaag nog steeds ontbreekt aan een grondige analyse van het Vlaams nationalisme, dat vele gedaanten kan aannemen. Zo was er veel belangstelling voor de overstap van Vlaams Belang-mandatarissen naar de N-VA, maar de media gaven nauwelijks aandacht aan het verleden van Jurgen Ceder, die als senator in 2011 een wetsvoorstel had ingediend om amnestie te verlenen aan oorlogscollaborateurs. Walter Zinzen citeert ook een artikel van Karl Van den Broeck in De Morgen van 8 augustus 2012, waaruit blijkt dat Jurgen Ceder in 1996 de etnische zuivering in Kroatië verdedigde. De wegen van de democratie en het nationalisme zijn ondoorgrondelijk, zolang de media verzaken aan fundamenteel onderzoek.

Op 30 oktober 2013 schreef Jan Blommaert een opiniestuk voor De Wereld Morgen over de toekomstvisie van de N-VA die werden gepubliceerd in de congresteksten van de partij. Die schetsen een samenleving die door-en-door elitair is. De N-VA gooit alle maskers af en openbaart zich als een partij van de etnocratie. Vlaanderen hoort aan de “etnische” Vlamingen – door bloed of coöptatie – en de Walen moeten het evengoed maar onder mekaar uitzoeken. Het volledige artikel is te lezen op de pagina Op naar de Etnocratie.

Op 4 juli 1975 werd in het VPRO-programma Radio Vrij België een verslag uitgezonden van de 48e IJzerbedevaart met 50.000 Vlamingen in Diksmuide. Jarenlang was de IJzertoren de verzamelplaats van Vlamingen van uiteenlopende strekkingen, van linkse federalisten en pacifisten tot fascisten, die genoegen namen met de holle leuzen die elk jaar over de bedevaartweide aan de IJzer werden uitgeschreeuwd. De eerste bedevaart had in 1920 tot doel de gevallen Vlaamse frontsoldaten te herdenken, die zich tijdens de eerste Wereldoorlog hadden verzameld in de zogeheten Frontbeweging, die in opstand kwam tegen het gebruik van de Franse taal door de Belgische militaire overheid.

Buiten het front verzoende een belangrijk deel van de Vlaamse beweging zich met de Duitse bezetter in de hoop daarmee de verwezenlijking van een aantal Vlaamse eisen te bespoedigen. Deze activistische Vlaamse beweging werd na de oorlog het slachtoffer van een strenge repressie. De strijd voor amnestie leidde tot een vernieuwd Vlaams radicalisme. Hoewel de meeste Vlaamse eisen in 1930 werden ingewilligd door het stemmen van de taalwetten, waardoor het Nederlands in België evenwaardig werd geacht aan het Frans, breidde de Vlaamse strijd zich toch nog verder uit en ging toen voorgoed het verkeerde spoor op. De IJzerbedevaarten van voor de Tweede Wereldoorlog haalden records van 100.000 Vlamingen die hun heil probeerden te vinden in een autoritaire fascistische beweging, om daarmee uit het slop van de economische en politieke crisis te geraken. Na de Tweede Wereldoorlog trad de Belgische justitie opnieuw zeer hard op tegen de Vlaamse collaborateurs en Vlaamse soldaten die naar het Oostfont waren getrokken om er het communisme te gaan bevechten. Op de naoorlogse IJzerbedevaarten klonk dan ook de eis voor amnestie, samen met de eis voor federalisme en de eerbiediging van de rechten van de Vlamingen op de taalgrens en in de hoofdstad Brussel.

De kwalijkste functie van de IJzerbedevaart is misschien dat de taal waarin ze een bepaalde mystiek schept, totaal voorbij gaat aan de maatschappelijke eisen van vandaag en dat ze de vijand ergens situeert op een bijna onvatbare wijze. Men spreekt altijd over dat België dat Vlaanderen verdrukt en men kan daarmee alle richtingen uit. Men kan duidelijk stellen dat er in het Brusselse probleempunten zijn die moeten opgelost worden en waartegen een bepaalde vorm van verzet noodzakelijk is. Maar dit concrete punt terug gaan omfloersen in de mystiek zoals we die horen in die zinnen van de IJzerbedevaart, dat maakt wel ongerust. (Prof. Herman Balthazar)

O land van roem en rouwe
Van liefde en levensmoed
Gij wordt weer vrij en groot
Wij zweren houwe trouwe
Nu Vlaanderen tot der dood!

Wanneer je de eed hoort, dan hebben we die enorme spanning tussen twee bijna onverzoenlijke zaken. Enerzijds, het totaal holle van woorden die politiek en sociaal tot om het even wat kunnen gaan leiden en anderzijds de realiteit van een Vlaamse beweging die zowel historisch een bepaalde verantwoording vindt, als actueel een verantwoording vindt tegenover een politiek beleid. Het vraagstuk van de twee taalgemeenschappen in dit land wordt niet opgelost zonder die spanningen rationeel en rustig tot een goed einde te brengen. (Prof. Herman Balthazar)

Luister hier naar het VPRO-programma Radio Vrij België op 4 juli 1975 met Herman Balthazar over de IJzerbedevaart in Diksmuide.

Op 11 juli 1975 kwam de Gentse historicus Herman Balthazar, toen hoogleraar aan de Gentse Rijksuniversiteit, uitgebreid aan het woord in het VPRO-programma Tahiti met een bijdrage over de achtergronden van de Vlaamse beweging. Aanleiding was de Vlaamse nationale feestdag op 11 juli, die gevoed wordt door het romantisme van de Guldensporenslag in 1302, zoals beschreven in De Leeuw van Vlaanderen van Hendrik Conscience.

De betekenis van 11 juli 1302 is gaan groeien in de romantiek van de 19e eeuw, wanneer de meeste historici behoefte hadden om de staat, die ze aan het creëren waren, te bevlaggen met bepaalde momenten uit een verleden. Men begon actief in romantische en historische literatuur glorieuze momenten op te zoeken. Walter Scott in Engeland en Hendrik Consciense in Vlaanderen. In Vlaanderen verdween de oude industrie, zoals vlasbewerking, ten voordele van een nieuwe industrie, die berust op nieuwe grondstoffen (steenkool, staal) en die zich vooral in Wallonië zal vestigen. Er groeide dus een spanning op het economische vlak tussen Vlaanderen en Wallonië. Op het politieke vlak is er ook een spanning die zich vanaf 1840 zal gaan bevestigen. Er is een bovenlaag die Frans spreekt. Vanaf 1870 zie je in Europa bij bepaalde bevolkingsgroepen de behoefte aan emancipatie groeien.

Het socialisme krijgt een nieuwe dimensie. Je ziet bij de boeren een verlangen naar meer emancipatie en bij de kleinburgerij een beweging die probeert meer stemrecht te krijgen. Een globaal emancipatieproces, waarin de Vlaamse beweging ook een schakeltje is, naast het socialisme als belangrijkste schakel. Maar de Vlaamse beweging en het socialisme groeien niet naar elkaar toe! Integendeel.

De katholieke kerk ziet dat vooral in de grote steden, de onkerkelijkheid groeit en dat haar greep op de proletarische massa vermindert. Die katholieke kerk reageert precies in die fase bijzonder behoudsgezind. Heel haar sociale doctrine is een armoededoctrine. De katholieke kerk gaat die emancipatiegevoelens ophalen in de Vlaamse beweging, want je kan tegen die kleine Vlaamse man zeggen dat je je moet verzetten tegen de heerschappij van die “grote franskiljonse meneer” die in de stad woont. Het is een emancipatiebeweging die zich op de meest traditionalistische vormen gaat inspireren. Zolang het maar anti-socialistisch blijft.

Het antisocialisme is de verzameling van iedereen die schrik heeft van dat oprukkend socialisme en de Vlaamse beweging schaart zich voor een groot deel daarachter. Het wordt een teruggrijpen naar vaag romantische motieven van dat volk dat groot moet worden en dat groot is geweest. (Prof. Herman Balthazar)

Mijn schild en de getrouwen
Zijt gij O God mijn Heer
Het weze onze leuze
Om de laatste sporen van de tirannie
in Vlaanderen te verdrijven.

Luister hier naar het eerste deel van het VPRO-programma Tahiti op 11 juli 1975 met Herman Balthazar over het Vlaams nationalisme.

De Eerste Wereldoorlog is een breekpunt. De officieren zijn nog de vertegenwoordigers van die bourgeoisie die hoofdzakelijk Franstalig is. Door de zeer snelle gebeurtenissen moet het Belgische leger zich terugtrekken op een heel smalle kleine strook in West-Vlaanderen en de overschot van dat leger is een Vlaamstalig leger. In Vlaanderen zie je de Frontbeweging ontstaan, waarbij een aantal Vlaamse katholieken teruggrijpen naar de Vlaamse beweging, waarin zij vóór de Eerste Wereldoorlog zijn grootgebracht en die een sterkere radicale volksbeweging willen opbouwen aan het front. Zo wordt het ongenoegen van vele mensen die aan het front zitten gemakkelijker herleid naar een duidelijk herkenbaar onrecht.

De Frontbeweging werd niet zozeer onderdrukt omdat het een uiting was van Vlaamsgezindheid, maar omdat het een uiting was van insubordinatie op een moment van oorlogsvoering. De repressie heeft des te meer het Vlaams radicalisme aangescherpt. Er is een tweede factor, want reeds in de 19e eeuw hebben een aantal Vlaamse letterkundigen en filologen aandacht gehad voor de Germaanse taal. De band met het culturele Duitsland is eigenlijk altijd wel belangrijk geweest. Duitse politici hebben in de Eerste Wereldoorlog wel gezien dat die culturele band interessant zou kunnen zijn. Tijdens de bezetting door de Duitsers hebben ze geprobeerd met een aantal flaminganten toenadering te zoeken, want “wij kunnen meer doen voor jullie, dan jullie ooit gekregen hebben in die Belgische staat.”

Dit zal een tweede aanleiding worden voor een zeer scherpe repressie na de oorlog. Na 11 november 1918 is er een moment van oplaaiend Belgisch patriottisme dat overeenkomt met een oplaaiing van Fransgezindheid, want “het zijn die verdomde flaminganten die onvaderlands zijn geweest!”

De IJzerbedevaart is één van de uitlopers van die Frontbeweging. Een aantal van de leiders van die beweging hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog de hulde aan de gesneuvelde Vlamingen geïdeologiseerd. De heldenhulde met de grafzerkjes in de IJzervlakte kreeg een bepaalde betekenis in dit vernieuwde Vlaams radicalisme. Het pacifistisch karakter was er één van. Je ziet op de toren van de IJzerbedevaart ook staan Nooit meer oorlog. Het andere karakter, was het katholicisme. Ook de onderpastoor, die meestal uit vrij arme boerengezinnen kwam of uit lage middenstandsgezinnen, is vaak een belangrijk element geweest in dat katholiek Vlaams radicalisme.

Het Belgisch patriottisme na de eerste Wereldoorlog heeft er toe geleid dat een aantal Vlaamse eisen, die normale eisen waren, zoals de toepassing van taalwetten -het recht om vanaf de lagere school tot aan de universiteit in het Nederlands school te lopen- terug op de lange baan worden geschoven. Dit verklaart waarom de Vlaamse beweging zich tussen beide wereldoorlogen terug gaat ontwikkelen. Rond de jaren ’30 komen we in een fase dat die eisen zo sterk zijn geworden dat er inderdaad belangrijke taalwetten worden gestemd. Vlaanderen krijgt zijn eigen universiteit, de beweging naar culturele autonomie krijgt reële gestalte. Maar men zit ter zelfdertijd in een economische crisis, en in een politieke regimecrisis. Het is vooral ook de middenstand die getroffen is, niet de arbeidersklasse alleen. De middenstand heeft ANGST om te proletariseren.

Men gaat het politieke regime, die parlementariërs, die steeds vallende regeringen verwijten dat het politieke regime de basis is van al die ellende en men hoort terzelfdertijd in Europa overal de autoritaire orde opkomen, het fascisme. Men krijgt nu al die elementen samen, dat streven van de Vlaamse beweging naar dat schone volk aan het eind van de 19e eeuw. Dat mooie volk, dat ene volk, dat Vlaanderen dat groot was geweest, verloederd door alle mogelijke vreemde bezetters. Dat traditionalistische, samengevoegd met een fascistisch radicalisme, wordt de desem van de Vlaamse beweging. Veel leidende figuren uit die Vlaamse beweging, zoals een priester Cyriel Verschaeve, gaan op dat ogenblik een grote rol gaan spelen.

Na de bevrijding werd de Belgische staat weer geconfronteerd met het vraagstuk van landverraad. Het was een vrij hevige repressie. Er zijn honderdduizenden epuratiedossiers opgemaakt. Er zijn heel wat kleine Vlaamse meelopertjes die mee het slachtoffer geworden zijn van die epuratie. Dit heeft het frustratiegevoel aanzienlijk aangescherpt. Het drama met die Vlaamse beweging is, dat die beweging eigenlijk maar een klein partikeltje is geweest in het totale politieke en economisch proces. De Vlaamse beweging van na de oorlog heeft ook nooit de analyse willen maken van het feit dat die Vlaamse beweging maar één deeltje was van de totale strijd. De eis voor amnestie kreeg daardoor een moeilijk en dubbel karakter. Omdat je door collaboratie alleen recht had op een kleiner pensioen dan een Belgisch staatsburger die het braaf heeft gedaan, was het een normale eis om dat eens op te ruimen. Het andere is moeilijker, omdat je binnen die amnestie eigenlijk zit met “wij hadden altijd gelijk in de Vlaamse beweging”.

“Wij hadden gelijk tot en met in de collaboratie.” Dit is een veel belangrijker probleem, dat je terug vindt in de frasen van de IJzerbedevaart. (Prof. Herman Balthazar)

Luister hier naar het tweede deel van het VPRO-programma Tahiti op 11 juli 1975 met Herman Balthazar over het Vlaams nationalisme.

Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Belgische staat verzuimd om binnenin in Vlaanderen, een aantal wetten zeer correct te laten toepassen, die de facto al bestonden sinds de jaren ’30. De Schaarbeekse lokettenkwestie in de jaren ’70 is daar een voorbeeld van. Maar er is een tweede facet, Brussel is ook mede om sociale redenen sterker verfranst in de laatste jaren. De Vlaamse aanwezigheid is kleiner geworden. De economische betekenis, de sociale een culturele betekenis van Brussel is gegroeid. Het is een Europese hoofdstad geworden. Maar de pendelarbeid van tienduizenden uit Vlaanderen heeft nieuwe frustratiegevoelens geschapen. Het franskiljonisme en de economische achterstand van Vlaanderen is een zaak die tot het verleden behoort. Wallonië heeft veel zwaardere economische problemen dan Vlaanderen. Er is een nieuwe Vlaamse bourgeoisie gegroeid, een Vlaams bewustzijn gegroeid, die haar frustratie eigenlijk alleen nog maar ziet in Brussel zelf. Het verfranste Brussel waar de Vlaming zich slecht op zijn plaats voelt.

Brussel moet heroverd worden, wat natuurlijk op verzet stuit van Franstalige Brusselaars, die zich dan in even radicale francofone formaties zijn gaan opstellen en wat aanleiding geeft tot een reeks onzinnige maatregelen van een aantal Brusselse randgemeenten waarin de Franstaligen de politieke meerderheid zijn gaan vormen en tot maatregelen zijn overgegaan die beledigend zijn van karakter. Een kleinzielig gedoe dat aanleiding gaf tot een vernieuwd Vlaams radicalisme, met een even radicaal Franstalig antwoord daarop.

Men kan niet zeggen dat de Vlaamse beweging vandaag, in een aantal belangrijke uitingen, tot een soort nuchtere volwassenheid is gekomen. Waarin het ritueel beleven van een nationale feestdag niet meer gekoppeld moet worden aan oude frustraties en aan een soort expansionisme dat buitenmate is gevoed door een taal die even rechts autoritair aandoet als wij in de jaren ’30 hebben gekend. (Prof. Herman Balthazar)

Luister hier naar het derde deel van het VPRO-programma Tahiti op 11 juli 1975 met Herman Balthazar over het Vlaams nationalisme.

Dit derde deel begint met het verslag van de belegering door leden van de Vlaamse Militanten Orde van het huis van de Antwerpse journalist en toneelauteur Bert Verhoye  die in 1974 een stuk had gewijd aan Cyriel Verschaeve, boegbeeld van de Vlaamse collaboratie. Met bommeldingen en dreigbrieven hoopten de Vlaamse extremisten in 1974 het stuk te verbieden en als één van de middelen werd het “kort en klein slaan van het theatercafé” genoemd, waar de voorstelling moest plaats vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: