Skip to content

26 oktober 2012

R van Rabarberblaren

Door Walter Slosse (1947-2016)

Op 29 maart 1974 werd in het VPRO-programma Nova Zembla een interview uitgezonden met de Vlaamse acteur Julien Schoenaerts, wiens Ringtheater in Antwerpen enkele weken eerder door een brand was verwoest. De oorzaak werd nooit opgehelderd, maar er werden wel sporen van brandstichting gevonden. Het gesprek ging niet alleen over de verdachtmakingen na de brand, want Julien Schoenaerts sprak ook over de psychiatrische behandeling die hij onderging als gevolg van zijn bijdrage aan de staking van de Limburgse mijnwerkers in 1970. Aan het eind van het interview schetste Julien Schoenaerts een somber maar realistisch beeld van de mens.

“Ik krijg een beeld van grote rabarberblaren in de tuin en er zit een pad onder. Die stoot maar voortdurend tegen die groene blaren, maar je krijgt de pad nooit te zien. Er zijn veel mensen die zo leven. Maar als mensen dan geconfronteerd worden met iemand die een gelukkiger opvoeding heeft gehad, een opvoeding met een open karakter en die altijd de dingen bij  naam durft te noemen, dan voelen deze mensen zich beledigd. Toch hebben ze diep binnenin ook een soort heimwee naar dit open zijn. Maar ze hebben het toevallig niet. En de agressie is ontstaan. Want de openheid is een constante belediging voor hen.”

Op zondagochtend 10 februari 1974 brandde het Ringtheater in Antwerpen volledig uit. Het Ringtheater in de Pastorijstraat  werd in 1969 opgericht door Julien Schoenaerts en Aimee Proost. Al snel ontstond onenigheid tussen beiden, nog versterkt door het verblijf van Julien Schoenaerts aan de Limburgse mijnen en zijn verblijf van anderhalve maand in een psychiatrisch ziekenhuis. Aimee Proost, die een theater zonder Schoenaerts wou, werd in 1973 door de rechter tegengesproken. Vanaf 1 januari 1974 was het Ringtheater van Julien Schoenaerts alleen. Enkele weken later was er de brand, met als krantenkop: “Brandweer beukte de deuren in. Alleen Julien Schoenaerts had een sleutel.”

“Alleen Schoenaerts had de sleutel, dus het zou wel eens Schoenaerts kunnen geweest zijn. Nee, men wou het laten voorkomen dat Schoenaerts het gedaan heeft. Ik had als huurder de sleutels, en het is logisch dat de eigenaar het dubbel heeft van die sleutels, en dat de conciërge ook het dubbel heeft van die sleutel. Men kon zoveel sleutels laten bijmaken als men wil. En men maakt een portret van iemand, de pers kan iemand creëren maar de pers kan ook iemand vernietigen. Men vindt het heerlijk om eerst iets op te bouwen, om het daarna te vernietigen. Dat zijn tactieken van de mens, dat is de tragedie van de mens.”

Op 14 februari 1974 werd door de BRT een reactie uitgezonden van Julien Schoenaerts op de brand van het Ringtheater, die is te raadplegen op de webstek van COBRA.

In 1970 trok Julien Schoenaerts naar de stakende mijnwerkers in Limburg, nadat hij door de KNS in Antwerpen aan de deur was gezet wegens contractbreuk. Een acteur mag niet tot het publiek spreken, en Schoenaerts had dat wel gedaan tijdens een voorstelling van Koning Jan om te protesteren tegen het verwijderen door de politie van zijn vriend Sygurd Cochius uit de schouwburg. Hij had Cochius ontmoet in Amsterdam en met Cochius ging hij naar Limburg. Daarover schreef Piet Sterckx in De Nieuwe Gazet:

“Voor deze Don Quichote was er geen theaterpubliek aanwezig. Er was dus geen applaus. Wie zal gaan inzien dat hier een ziek en uitgeput acteur een pathetische rol aan het opvoeren is. Een rol waarin hij zijn verstoorde geldingsdrang wil herwinnen, maar die nu naar zelfvernietiging leidt. Wellicht ziet hij als apotheose van zijn leidersrol het martelaarschap. Na een lange pijnlijke nacht namen we afscheid van de acteur. Voor hem waren wij een van zijn stakers die weggingen. Waarom dachten wij nadien, van Gogh trok naar de Borinage.”

In het interview van 29 maart 1974 beschreef Julien Schoenaerts hoe men zich over hem “medisch wou ontfermen” en hoe zelfs zijn vrouw onder druk werd gezet om toe te stemmen in collocatie, of de gedwongen opname in een psychiatrische inrichting. Hij moest 18 pillen per dag slikken, maar ook na de medische behandeling was er geen beterschap.

“In de buurt van Kerstmis bel ik de de dokter. Ik zeg, dokter, nu zit ik erg in de puree. Ik weet niet wat er met mij aan de hand is. Maar ik heb zo’n onvoorstelbare gevoelens. En de dokter vraagt mij, hoe zou je het dan willen doen? Ik zeg, wat bedoelt u, dokter? Ja, zou u het dan met de koord willen doen? Wat zegt u nou, dokter? Ik zeg, nee dokter, die gedachte heb ik niet. Ik zeg, die zal ik ook nooit hebben. Ik heb drie kinderen en dat zijn drie goden voor me. Wat is er dan gebeurd, vroeg de dokter. Het is sinds twee maanden dat ik de pil niet meer neem. Ja, maar dat had u nooit mogen doen. Maar ik heb het gedaan en nu zit ik in het zwarte gat. Als ik mijn hand op mijn andere hand leg, dat is zo een vreemd gevoel. Als ik stof aanraak, dat is een vreemd gevoel. Alles is net, of het allemaal dood is. En ik zeg dokter, u moet moet mij helpen.”

Luister hier naar Julien Schoenaerts in een bijdrage van Walter Slosse voor het VPRO-programma Nova Zembla van 29 maart 1974.

“Een mens is net zoals de natuur is. En in de natuur is alles dubbel. Alles is positief en negatief. En we bestaan bij de genade van deze twee polen. We zijn gelukkig omdat we weet hebben wat verdrietig zijn is en we praten over wit omdat we kennis hebben van zwart. En de nacht volgt de dag op. En de zomer volgt op de lente en die volgt op de winter. En de man is het tegendeel van de vrouw. Er zijn opposanten. En zo is de mens zelf ook. In de mens zit dus het goede en het kwade. De mens is de apocalyps zelf. En je kunt met een mens alle kanten op. Maar ik geloof dat er weinig mensen zijn die er voorkeur aan geven om de slechte kant op te gaan. Ik geloof dat in iedereen de behoefte zit om de goede kant op te gaan. Dat ego van de mens, dat is een heel machtig iets. Dat ego wil zich bevestigen. Van nature uit, heeft de mens een gevoel van macht in zich. Je vindt dit overal terug in het gedrag van mensen. In gesprekken. In alle gedragingen. Men wil weten, vanaf het ogenblik dat twee mensen samenkomen, willen ze allebei weten, wie is hier de sterkste?”

Julien Schoenaerts overleed op 7 september 2006 op 81-jarige leeftijd. In de omgeving van het vroegere Ringtheater, werd op het plein voor de Sint-Willibrorduskerk aan de Kerkstraat in Antwerpen een standbeeld van Julien Schoenaerts opgericht, gemaakt door Wilfried Pas. In De Standaard van 9 september 2006 verscheen een overzicht van het werk en leven van Julien Schoenaerts. Meer filmfragmenten van interviews met Julien Schoenaerts werden gepubliceerd op de webstek van COBRA.


In een brief in De Morgen van 28 september 2014 betwist Matthias Schoenaerts het ziektebeeld van zijn vader dat is geschetst in het pas verschenen boek van Stan Lauryssens over de Vlaamse toneelacteur Julien Schoenaerts.

”Ik zag het standbeeld van Wilfried Pas in de Kerkstraat in Antwerpen en werd er stil van. Hij heeft mijn vader goed aangevoeld. Het heeft me altijd verdriet gedaan dat veel mensen hem niet juist aanvoelden. Vrij vroeg ontstond het cliché van de geniale gek. Velen bemerkten zijn intensiteit, zijn begeestering en verwondering, maar weinigen zagen wat er achter zat. Bij mijn vader was alles te herleiden tot een diepe liefde. En aandacht. Maar dat is eigenlijk ook liefde. Als je liefde voor iets hebt, krijgt het je volle aandacht. Dat bleek bij hem uit alles: uit zijn omgang met teksten, zijn warmte voor vrienden, de vlinders in de bloemen en het voer voor de duiven.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: