Skip to content

18 september 2012

P van Prutser (& Poëzie)

Door Walter Slosse (1947-2016)

Op woensdag 10 oktober 2012 wordt in de Gentse Minardschouwburg het nieuwste boek van Guido Lauwaert voorgesteld door boekhandel Walry en de uitgeverij Roularta Books. In de roman De Spookrijder van de Lemméstraat liet Guido Lauwaert zich inspireren door het leven en werk van Cyriel Buysse, Hugo Claus, Willem Elsschot, Maurice Maeterlinck en Julien Schoenaerts. Aan Guido Lauwaert, vermaard door de organisatie van de Nachten van Poëzie, is eerder aandacht gegeven op de pagina’s van P van Poëzie. Daarin ontbrak nog de Vierde Nacht van de Poëzie, waarover Guido Lauwaert sprak in Het Herinterview van de VPRO, uitgezonden op 25 mei 1984. In dit radioprogramma werden personen die eerder voor de VPRO-microfoon optraden, na jaren aan hun vroegere uitspraken herinnerd. Zo noemde Guido Lauwaert elke nacht van de Poëzie steeds de “laatste”. Maar volgens hem “zijn afspraken er om verbroken te worden”. In Het Herinterview kwam ook een kroniek in de Vlaamse krant De Morgen uit 1981 ter sprake waarin hij een “prutser” werd genoemd.

Lauwaert wordt in de gevestigde theaterkringen in Vlaanderen, meestal neerbuigend afgedaan als een “prutser”. Hij heeft geen diploma van afgestudeerde aan een erkende toneelschool en hij is er nooit in geslaagd, hoewel hij al jaren aan beroepstoneel doet, van het Ministerie van Cultuur eren zogenaamde “beroepskaart” los te krijgen. Elk jaar werd zijn verzoek door de desbetreffende commissie afgewezen. Dat Lauwaert toch een echte theaterman is, is blijkbaar eerst doorgedrongen in Nederland, waar hij bij de doorgaans zeer lastige theatercritici, een goede pers oogstte. (De Morgen, 1981)

 

Meer dan in Vlaanderen, kreeg Guido Lauwaert inderdaad lof in Nederland voor zijn theaterproducties zoals Lijmen (Willem Elsschot), Reis naar het Einde van de Nacht (Louis-Ferdinand Céline), Job & Jahew (een bewerking van het gelijknamige boek uit de Bijbel), Macbeth (William Shakespeare, i.s.m. Greta Van Langendonck en François Beukelaers) en zijn bewerking van Who’s Afraid of Virginia Woolf (Edward Albee), met de pretentieuze titel Wie is bang van Guido Lauwaert. Met uitzondering van Macbeth, waren het telkens eenmansvoorstellingen, want als het door één man is geschreven, kan het volgens Lauwaert ook door één man gespeeld worden.

De mensen kennen toch het werk van Edward Albee waarin het jonge koppel afgemaakt wordt door het oudere koppel. Ik had het jongere koppel vervangen door het publiek -niet dat ik iets tegen het publiek heb- maar dat kwam zo sterk over dat de mensen dachten dat ik iets tegen hun vrouw had. Hoe sterker het stuk werd, hoe meer volk er weg liep. Naargelang ik meer vat kreeg op de tekst, en het realistischer werd, tot het snijdend in het vlees van de mensen ging, dan had je mensen die het echt niet meer konden volhouden en weggingen. (Guido Lauwaert)

 

Who's Afraid of Virginia Woolf.Paps, witte muis, heb je echt kleine rode ogen zoals George altijd zegt? Laat eens zien. O ja zeg, paps, je hebt kleine rode ogen omdat je altijd om mij huilt. Zo is het, je huilt altijd. Ik huil ook paps, heel veel. Maar diep in mij, zodat niemand dat ziet.
En George schreit ook heel veel. Samen schreien wij heel wat af. En als we schreien, vangen we onze tranen samen. En dan zetten we ze in de koelkast. Tot ze ijsblokjes zijn en dan gooien we ze in onze whisky’s.

Een opmerkelijke gast tijdens de Vierde nacht van de Poëzie op 19 mei 1984 in Brussel, was de Russische dichter Yevgeny Yevtushenko. Van zijn gedicht Onzichtbare Draden droeg Guido Lauwaert de Nederlandse vertaling voor.

 

Men beweert dat de grootste straf voor een boom is, grenspaal te worden.
Vogels, die zich op deze palen neer vleien, zouden niet kunnen begrijpen wat voor een boom het is.
Waarschijnlijk vonden mensen ooit grenzen uit. Daarna begonnen grenzen mensen uit te vinden.
Door de grenzen werden geschapen, legers, politie en grenswachters.
Door de grenzen werden geschapen, formaliteiten en paspoorten.
Godzijdank zijn er onzichtbare draden en draadjes, geboren uit de bloeddraden in de doorboorde palmen van Jezus Christus.
Deze draden doorbreken de prikkeldraad, terwijl ze liefde met liefde verbinden. Weemoed met weemoed.
En een traan die ergens in Paraguay verdampt, valt als een sneeuwvlokje op de wang van een Eskimo.
En waarschijnlijk denkt een slungel van een wolkenkrabber in New York, die vergeten is hoe de aarde werkelijk ruikt, zijn voorhoofd fronsend in blauwe neonvlekken, hoe goed het zou zijn, de Kremlintoren te knuffelen. Maar het mag niet.

Trouw aan elke Nacht van de Poëzie was de Nederlandse dichter Simon Vinkenoog, die ook in 1984 het publiek wist op te zwepen met zijn pleidooien voor non-conformisme.

 

Weet het! Doe het en zeg het!
Geen gelul, geen gezwam, geen prietpraat.
Niet van die idiote ruzies, die ik de laatste dagen zo heb meegemaakt, om waanzinnig van te worden.
Geen gelul, geen gezwam.
Geen hoogspanning zomaar om NIETS!
Ondoordacht en onbekommerd. Onbezorgd en onbetrokken. Niet doordrongen van al die verhalen, die levensverterende, smartelijk vlammende verhalen, die je de adem doen stokken, die je in huilen doen uitbarsten. Die je doen tieren en vloeken.

Hoe zou je die boom schilderen als je schilder was?
Hoe zou je droomhuis eruit zien als je architect was geworden?
Welke rol zou je willen spelen als je niet in de wieg was gelegd voor het leven dat je nu leidt?
Zie je er uit? Heb je je gezicht al gevonden? Weet je wie je aankijkt in de spiegel? In de ogen?
Weet je wat je hoort als je wat zegt? Heb je je mond al zien bewegen met je woorden?

Heb je al gehoord van wat mag en wat niet mag? Wat mag en niet mag? Wat mag en wat niet mag?
Staat het land al in brand? Is de kosmische brandweer paraat? Voor bloed, vuur en een bodem van ijs.
Doet het water zijn heilige plicht? De havens en sluizen potdicht.
Al eens gedacht aan een staking voor vrede?  Iedereen staakt. Niemand doet weer wat. Leeg laten lopen. Uitdoven. Stollen. Smelten. Zomaar wachten. Op vrede. Geen merg meer voor je gebeente. Geen voer meer voor je ruggengraat. Geen licht meer zonder ogen.

Luister hier naar deel 1 van het integrale gesprek van Walter Slosse met Guido Lauwaert, uitgezonden in Het Herinterview van de VPRO op 25 mei 1984.

 

Luister hier naar deel 2 van het integrale gesprek van Walter Slosse met Guido Lauwaert, uitgezonden in Het Herinterview van de VPRO op 25 mei 1984.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: