Skip to content

15 maart 2012

1

B van Boon

Door Walter Slosse (1947-2016)

Vandaag is het de honderdste verjaardag van Louis Paul Boon, de in 1979 overleden Vlaamse schrijver die een jaar lang wordt herdacht met diverse evenementen tijdens het Boonjaar. Op 17 maart wordt in Aalst de expositie Rebellen geopend en een dag later begint in het Letterhuis in Antwerpen de tentoonstelling Villa Isengrimus. De viering van Louis Paul Boon is zelfs aanleiding voor een themafietstocht langs de locaties die in zijn historische romans zijn beschreven. Verder is er geen krant of weekblad die niet van de gelegenheid gebruik maakt om getuigenissen te publiceren over het leven en werk van deze auteur die vooral oog had voor sociale wantoestanden en eerder een anarchist dan een socialist was. Op 16 maart 2012 stelt Freek Neirynck zijn biografische kroniek voor over Boontje tijdens een Literair Café in het Gentse Kunstencentrum Vooruit.

Louis-Paul Boon verwierf grote bekendheid met zijn roman De Kapellekensbaan uit 1953. Een voorbeeld van zijn maatschappelijk engagement waarbij hij sociale wantoestanden aan de kaak wilde stellen. Hij was op de eerste plaats journalist en verwierf veel fans onder de lezers van het dagblad Vooruit, met zijn Boontjes zoals hij zijn dagboeknotities noemde. Maar die hij ook soms voorlas, zoals in twee fragmenten die zijn teruggevonden in het archief van het VPRO-programma Radio Vrij België. Op 16 en 23  maart 1976 leverde Boon een bijdrage aan dat programma met twee van zijn Boontjes.

Luister hier naar het Boontje van 16 maart 1976 met “Hoor eens wat een rare toon, het is precies de stem van Louis Paul Boon”.

Luister hier naar het Boontje van 23 maart 1976 met “Hebt ge ook al gehoord dat mensen steeds meer allergisch worden?”.

In oktober 1967 werd een interview gepubliceerd met de Vlaamse auteur Louis-Paul Boon in het tijdschrift Jongerenkontakt. Deze uitgave was een initiatief van de socialistische vakbond ABVV in Brussel, waarvan de leiding aan Walter Slosse had gevraagd, “maak iets voor onze jonge vakbondsleden”. Dat “iets” groeide uit tot een vorm van maatschappijkritiek, waarvan de inhoud geenszins aan de normen van de vakbondsleiding beantwoordde. Anarchisme stond immers niet in de statuten. Geen regel was nog heilig, ook die van de typografie niet. Zoals op de pagina van het interview met Louis-Paul Boon. Los van zijn optreden in televisieprogramma’s, was hij eerder iemand die publiciteit schuwde. Het gesprek in 1967 van Walter Slosse met Louis-Paul Boon in Jongerenkontakt begon dan ook met een reactie van de schrijver op zijn collega’s.

“Ik heb daar geen bezwaar tegen dat andere schrijvers publiciteit rond zichzelf maken. Een Claus bijvoorbeeld, die doet al wat hij kan om vertaald te geraken, of om iets verfilmd te krijgen. En in zekere zin heeft hij daar gelijk in. Als ge schoenen fabriceert, en ge zegt dat tegen niemand, dan kunt ge geen schoenen verkopen. Ge moet daar reclame voor maken. Ge moet de public relations onderhouden. Dat is nodig voor iemand die om ’t even wat doet. Maar mij interesseert dat niet. Het schrijven is mijn beroep niet. Het is een hobby. Ik ben journalist. Ik verdien daarmee mijn brood”.

“Moest ik van het schrijven alléén kunnen leven, dan zou ik het doen. Maar er is zoveel rompslomp aan, die ik eigenlijk vervelend vind, dat ik er niet aan begin. Ik zou gerust, zoals ze dat zeggen, van mijn pen kunnen leven. Met een beetje verder voor de radio te werken, een beetje op televisie te komen en een beetje film, kan ik gerust leven daarvan. Maar ik wil niet doen zoals die protest singers, die gewiekste zakenlui zijn om hun protestsongs aan de man te brengen. Ik zou zo kunnen zijn, maar dan zou ik in plaats van één Kapellekensbaan, een stuk of tien, twintig moeten schrijven, want dat boek is ingeslagen. Iedereen spreekt daarvan. En de mensen verwachten natuurlijk dat ge verder blijft doorgaan daarmee. Ik zou dat gemakkelijk kunnen uitbuiten. Dan als zakenman, om die waar die nu verpakt is, en die iedereen wil aanvaarden, aan de man te brengen. Maar ik ben zo niet.”

– Op de schrijftafel ligt een grote stapel boeken. Twaalfhonderd bladzijden handschrift en foto’s, of het resultaat van vijf jaar studie over het ontstaan en de groei van de socialistische beweging in het Aalsterse. Het wordt geen roman, maar een gigantisch historisch werk geschreven naar de feiten. Maar allicht zal dit werk naar de inhoud niet hetzelfde effect sorteren bij het publiek, als vijftien jaar geleden toen de Kapellekensbaan verscheen?

“Er zijn veel mensen voor wie dat boek iets betekend heeft. Er zijn veel mensen die  mij geschreven hebben -uit alle lagen van de maatschappij-, ik vind dat en dat weer in uw boek. Mensen die zeggen, het is voor mij een bijbel. Het ligt naast mij, op het nachttafeltje, ik lees daar iedere avond nog een stukje in. In het begin stond iedereen een beetje vreemd tegenover dat boek. Toen dacht iedereen, dat boek is niet af. Ik herinner me nog dat Herman Teirlinck toen zei: maar wanneer gaat gij nu eindelijk eens een boek schrijven, zoals dat moet geschreven worden. Ik denk dat het de manier geweest is, om de feiten aan te klagen, die het boek zo succesrijk heeft gemaakt”.

– Boon nipt even aan zijn glas. Wij denken aan ’t Is maar een Woord (*),  Speel een Woord. Komt er iets in de plaats?

“Er zal waarschijnlijk ook iets in mijn plaats komen. Ik ben te loslippig op tv. Ik zeg dingen die eigenlijk niet mogen. Hier in Vlaanderen kunnen ze niets verdragen”.

– Zijn wij kleinzielige mensjes?

“Ik heb daar veel last mee. Met die bekrompen geest van de Vlamingen. Ze kunnen niets verdragen. Af en toe, tijdens de uitzending, reageert ge, zegt ge iets. Een daar zijn dan bekrompen geesten die daar op reageren. Die schrijven dan een briefje naar de programmadirectie. En die gelooft dat natuurlijk. Dan zijn er ook professoren die zeggen, hij spreekt geen zuiver ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands). Dan is er een vent die zegt, hij heeft gelachen met dit of met dat. In Nederland en Engeland is de mentaliteit van het publiek wel beter. Maar ik kan het eigenlijk niet laten, iemand zo op zijn tenen te trappen. Dat is plezierig natuurlijk. Ge moet dan kunnen verdragen dat ze terug trappen. Maar als zij weer trappen, dan doen ze dat meestal achterbaks. Hier voelen de mensen zich onmiddellijk beledigd, bedreigd. Ze denken, die man, wat bedoelt hij daarmee? Wil hij mij wegkrijgen als volksvertegenwoordiger, als minister? Of wil hij mijn plaats innemen? Ze beginnen financieel te denken. En ik vrees dat het altijd zo zal blijven”.

“Marx heeft daarin nog altijd gelijk: wat er ook gebeurt, zoek eerst de geldelijke achtergrond. Geld speelt in alles een grote rol. Een voorbeeld: als de kerk nu haar concilies houdt en ruimer gaat denken, en zich aan aanpast, dan is het omdat zij geldelijk verlies lijdt. En als wij ook, dat wil zeggen onze voormannen, als die gewaar worden dat de grond onder hun voeten wegschuift, en dat hun baantjes en posities in het gedrang komen, dan zullen zij ook wel veranderen”.

– Heeft u als vader iets te zeggen aan de jeugd?

Luister, als vader zelf -gij weet dat ik een zoon op mijn trouwboek heb staan, ik zal niet zeggen dat het de mijne is, want dat weet ge nooit- heb ik nooit, nooit iets tegen mijn zoon gezegd. Ik heb hem nooit iets verboden. Ik heb hem nooit gezegd, doe dit of doe dat. Of ge zoudt het beter zo doen. Ik heb hem altijd, in alles totaal zijn goesting laten doen. Wat hij mij nu verwijt, is, dat ik hem nooit heb gewaarschuwd, of op de vingers heb getikt. Maar ik vond dat hij eigenlijk deed zoals het hoorde.  Dat ik mij daar niet mee te moeien had. Kijk, die houding heb ik in het algemeen tegenover de jeugd.  Het is niet nodig van haar te zeggen wat ze moet doen. Ze weet het beter dan wij, wat ze moet doen. Ze doet het beter ook. Al die bewegingen, provo en zo, ik vind die mooi”.

– Kan bijvoorbeeld de hippiebeweging de maatschappij beter maken?

“Beter niet. Maar ze zal tenminste eerlijker zijn. De jeugd is eerlijker. Wij waren, tenminste de anderen van mijn leeftijd, schijnheiliger. Die anderen propageerden allerlei dingen waar ze feitelijk toch niet in geloofden, en die camouflage waren voor iets anders. Daar waren misschien één of twee sukkelaars die werkelijk geloofden in die vooropgestelde idealen. En de rest deed mee, omdat het hen allerlei profijten opbracht, of omdat zij dachten, wij moeten zó zijn. De katholieken geloofden in de hemel, de anderen geloofden aan nooit meer oorlog of aan Sovjet-Rusland. Iedereen had zo’n droombeeld. Die mensen hadden dat nodig. Nu gelooft de jeugd daar niet meer in”.

“De jeugd gelooft in het leven, in haar jeugd. Zij leeft zoals Sartre het heeft gevraagd: aanvaardt wat er is, en maak ervan wat ge er kunt van maken. Politieke jeugdbewegingen zijn natuurlijk ook noodzakelijk in deze tijd, maar het liefst zie ik toch bewegingen zoals provo, die zelfs apolitiek zijn. Alhoewel er natuurlijk in de provobeweging -het is nu afgelopen- ook een gevaar schuilde, namelijk dat ze van die nieuwe maatschappij, die zij in de maatschappij hadden gevormd, een heel gevaarlijke konden maken, moesten zij doorgegaan zijn. Dan zou het mij niet verbaasd hebben dat zij plots fascistisch zouden geworden zijn. Uit anarchisme kan plots een soort van fascisme groeien”.

– En de moraal bij de hedendaagse jeugd?

“De ouders waren even amoreel of immoreel als jongeren het nu zijn. Onze ouders hielden de schijn op. Zij camoufleerden dat door allerlei middelen. Ook zij knepen de katjes in het donker. En de jeugd doet dat niet meer. Zij knijpt de katjes in de dag. En dàt vind ik mooi. Ik vind dat schoon van de jonge mensen dat zij doen wat zij graag doen”.

– En zo gaat zo’n gesprek zijn gang. We spreken over de school. De eerste van de klas maakt de meeste kans om een goede plaats in de maatschappij te bekleden.

“Dat dat niet waar is. Het enige wat ge moet bereiken is, dat ge een diplomaatje hebt. En dan verder moet ge helaas nog altijd met uw ellebogen kunnen werken. Het voornaamste is natuurlijk dat ge een beroep kiest dat ge graag doet. Dat ge niet tegen uw goesting heel uw leven in een werk zit dat ge niet graag doet, want dan zijt ge een hele dag geambeteerd. Ge kloot de mensen die rond u zijn. Ge zijt chagrijnig. Het is best dat ge een werk kiest dat ge graag doet”.

– Weet u hoe jonge mensen over Boon denken?

“Het is een feit dat jonge mensen een boek over mij hebben samengesteld, waarin zij met lof en zo over mij spreken. Iets wat de ouderen nooit hebben gedaan. Jonge mensen vragen nog altijd mijn boeken in schoolbibliotheken. Maar zij krijgen ze niet altijd. En zolang ze deze niet krijgen, hebben ze voorkeur voor mijn boeken. Als ze natuurlijk in de school zullen zeggen, maak een thesis over Louis-Paul Boon, dan zal hun belangstelling verdwijnen.  En dan gaan zij weer naar andere jonge schrijvers zoeken die zij niet mogen lezen”.

– Nou en, kan men enig onderscheid maken tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur?

“Er bestaat geen verschil tussen de jonge Vlaamse schrijver en de Nederlandse Vinkenoog, W.F. Hermans, Mulisch, Campert. En bij ons Claus, Raes (en Boon) streven hetzelfde na, maar toch met het verschil dat de Hollanders een beetje meer intellectualistisch zijn. Zij hebben meer intellectuele bagage dan wij er hebben. Wat natuurlijk logisch is. Amsterdam is een wereldstad geworden”.

– Sta je even agressief tegenover de gebeurtenissen in de wereld van vandaag als de meeste jonge schrijvers?

“Ja, al mijn werken zijn provocerend. Zie Mijn kleine Oorlog, De Kapellekensbaan. Natuurlijk, waar de jonge schrijvers vandaag het meest agressief tegenover staan, zijn de onderwerpen Vietnam, Johnson, de rassendiscriminatie. Ik zou daar ook allemaal kunnen over schrijven, maar ik leef niet in Amerika. Ik leef hier in Vlaanderen. Ik heb nog nooit iets met het rassenprobleem te maken gehad. Het zou een verschil zijn als uw zoon zegt: ik ben verliefd op een zwartje, ik zou daar ook willen mee trouwen. Iets wat in Amerika iedere dag voorkomt. Maar dat komt bij ons niet voor. Als ik daar ga over schrijven dan zou ik schrijven over iets dat ik niet weet. Ik ken Vietnam niet. Ik ben daar niet geweest. Die mensen van bij ons die daarover schrijven en stelling nemen, nemen valse stellingen in, want zij weten niet waarover zij het hebben. Ik kan geen boek schrijven over iets dat ik niet ken. Ik heb mijn eigen terrein met mijn eigen insecten waar ik tegen vecht”.

– Welk insect ga je binnenkort bevechten?

“Ik denk dat ik het ga opgeven met schrijven. Dat het gedaan is”.

– Dat zeg je nu.

“Nee, ik denk dat ik voorgoed ga beginnen schilderen. Als schilder ben ik eigenlijk ontspoord. Wat ik heb daar vroeger studies voor gedaan. Ik heb teken- en schilderschool gevolgd. Ik ben schrijver geworden, maar ik zou het liefst geschilderd hebben. Romans en zo ga ik toch niet meer schrijven. Dat is gedaan. Nee, het feit dat ik de laatste tijd niets meer schreef dat tot het rijk der fantasie behoorde, en dat allemaal een trouw relaas van de werkelijkheid was, en dat ik nu een historisch werk schrijf, dus iets dat helemaal op feiten is gebaseerd, bewijst dat ik niets meer voel voor een roman. Ik zou het niet meer kunnen”.

(Louis-Paul Boon in Jongerenkontakt, oktober 1967).

Het was niet gedaan in 1967. Louis-Paul Boon publiceerde in 1971 de biografische roman Pieter Daens, broer van priester Adolf Daens, wiens leven in het teken stond van de ontvoogding van de Vlaamse katholieke arbeiders. Het boek werd een hoogtepunt in zijn carrière en werd in 1992 verfilmd door Stijn Coninx, met Jan Decleir in de hoofdrol.

Lees ook meer op de pagina’s van het Louis-Paul Boon Genootschap.

(*) Uitspraak van Louis-Paul Boon in een uitzending van het quizprogramma ’t Is maar een Woord n.a.v. het woord Eimat: “ik heb niet lang genoeg in een concentratiekamp gezeten om Duits te kennen”.

1 reactie Post a comment
  1. erna
    Dec 20 2011

    Is het nummer Jongerenkontakt nog te verkrijgen ?

    erna.marie@skynet.be
    20 december 2011

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: