Skip to content

16 december 2011

1

O van Oradour

Door Walter Slosse (1947-2016)

Begin deze maand vonden in Duitsland huiszoekingen plaats bij zes verdachten die mogelijk hebben deelgenomen aan het bloedbad dat door de Waffen-SS werd aangericht in het Franse dorp Oradour-sur-Glane op 10 juni 1944. De Duitse justitie wil nagaan of de zes mannen, die nu 85 of 86 jaar oud zijn, “op de hoogte waren van de moordplannen en in welke mate zij hiertoe hebben bijgedragen”. Het onderzoek kwam op gang door aanwijzingen die werden gevonden in de Stasi-archieven van de DDR (voormalige Duitse Demokratische Republiek). Daarin worden de zes aangewezen als medeplichtigen aan het vermoorden van 642 onschuldige burgers. De huiszoekingen kwamen ook ter sprake in het programma Nieuwe Feiten op Radio 1 van 6 december 2011.

Op 10 juni 1944 viel een eenheid van de Waffen-SS het dorp Oradour nabij Limoges binnen en doodde bijna alle inwoners, vooral vrouwen en kinderen. Nadat zij eerst op het marktplein waren samengedreven, werden zij in de kerk opgesloten, die vervolgens in brand werd gestoken. Wie probeerde te vluchten, werd neergeschoten. Zes mensen overleefden de moordpartij, onder wie de toen 19-jarige Robert Hébras die er later een boek over schreef, Oradour: the Tragedy Hour by Hour. Na de oorlog werd door Charles Gaulle beslist dat de ruïnes van Oradour bewaard zouden blijven. Tot op vandaag staan daar de resten van uitgebrande auto’s of van huizen en winkels, waar ooit een postkantoor, bakkerij of kapperszaak was geweest.

Het bezoek aan deze stille getuigen van de gruwel die zich op 10 juni 1944 heeft afgespeeld, maakt meer dan een diepe indruk. Ook als er meerdere bezoekers door de straten wandelen, is er een beklemmende stilte. De aanblik van de tramlijn die Oradour met Limoges verbond, laat veronderstellen hoe enkele inwoners toch aan het bloedbad zijn ontsnapt, omdat zij die dag de tram hadden genomen. Alle voorwerpen die nog in het puin liggen, zoals een kookpot, een naaimachine of een kinderwagen, laten veronderstellen hoe vredig het dorpsleven op die zomerdag was. Tot het moment waarop omstreeks 14 uur een eerste Duitse soldaat op een motor verscheen.

In het VPRO-programma Urubicha werd op 28 oktober 1999 een bijdrage uitgezonden van Wil Heijens die eerder dat jaar een bezoek had gebracht aan Oradour-sur-Glane.
Oradour in de Herfst was één van de vier programma’s die zij maakte over de seizoenen en de muzikale impact daarvan op een plek.

Nu, als in de herfst de regen neerslaat op de Limousin, is een treuriger plek nauwelijks denkbaar. Een treurnis, die zich zo moeiteloos laat associëren met muziek, dat elke uitleg bij de gekozen fragmenten haast banaal aandoet. Misschien is “verbijstering” als trefwoord dan nog het minste slechte.

Luister hier naar Oradour in de Herfst, het reisverslag van Wil Heijens in Urubicha van 28 oktober 1999, gepresenteerd door Marianne Lange.

Klik op de foto’s voor grotere afbeeldingen.

Deze straat hier moet ooit de hoofdstraat geweest zijn, Aan weerskanten zwartgeblakerde resten van muren, die aan abstracte decors uit een theatervoorstelling doen denken. Het doek is gevallen, zaal leeg, spelers weg. Wat rest is verbijstering. Plus, op de verlaten bühne, een paar rekwisieten die zijn blijven staan: verbrande auto’s, een roestig kinderbedje, een weegschaal. “Juist dat herkenbare”, schreef een Belgisch columnist onlangs, “is bijna ondraaglijk”. In zijn column vertelt hij, hoe hij met vrienden door Oradour loopt, waar sobere bordjes vermelden wie hier ooit woonden in deze ruïnes: een kruidenier, een bakker, een dokter.

Toen de nazi’s als uit het niets in het dorp verschenen die 10e juni, was de reactie er eigenlijk vooral een van verbazing – van verbazing veel meer dan angst. Half twee die middag is de derde compagnie van het bataljon “Der Führer” vanuit Saint-Junien opgerukt naar Oradour. Bij die compagnie hoort ook een groep geronselde soldaten uit de Elzas (*).
“Die zullen we vandaag eens wat bloed laten ruiken”, moet onderluitenant Heinz Barth hebben beloofd. Twee uur ’s middags staat het konvooi voor de ingang van het dorp. Vlak daarvoor is het dus de rivier gepasseerd. En direct na de brug is het gestopt – een strategische plek immers: van daaruit is het dorp in no-time omsingeld.

Deze stenen trap leidde ooit naar kapsalon “Chez Janine” op de eerste etage van dit huis. Omdat alle vloeren en binnenmuren verbrand zijn, leidt die trap nu naar niets. Janine, ze was drieëntwintig jaar in 1944, verloor die 10e juni haar moeder, twee zusters en haar dochtertje van vier. Ze was bezig met een klant, hoorde buiten lawaai van zware motoren en rende weg om haar man te waarschuwen, die samen met andere dienstweigeraars clandestien werkt in een garage. Eenmaal daar aangekomen, was er geen weg terug. De garagehouder was daar heel beslist over: “Als je nu teruggaat, en de Duitsers zien je, zijn we er allemaal bij”.

Naast mij zegt een Fransman uit het dorp: “Weet u, dit was ooit een rijk dorp”. En een vrolijk dorp ook, veronderstel ik, doelend op al die cafés. “Die zaten vol”, bevestigt hij. “Op mooie avonden stonden de tafels op straat en stuk voor stuk waren ze bezet. Zoveel volk als er kwam… Overdag trouwens ook hoor! Een paar maal per dag arriveerde hier een tram uit Limoges. Helemaal daarvandaan kwam men hier zijn inkopen doen…”
“Het gebeurde op een zaterdag”, zegt hij daarna. “Pas op maandag werden wij weer toegelaten in het dorp. Alles en iedereen verbrand… de stank die er hing…” We turen gezamenlijk naar het wegdek voor ons en naar de verroeste rails, waarover ooit, in een andere herfst, de tram reed uit Limoges. “Een rijk dorp, Madame”, herhaalt de Fransman peinzend.

(Fragmenten uit Oradour in de Herfst van Wil Heijens)

Muziek.
Des profondeurs de l’abîme uit Et exspecto resurrectionem (Olivier Messiaen)
Louange à l’éternité de Jésus uit Quatuor pour la fin du temps (Olivier Messiaen)
Moderato uit Symfonie Nr. 6 (Ralph Vaughan Williams)
Miserere Mei (Gregorio Allegri)
Allegro uit Symfonie Nr. 6 (Ralph Vaughan Williams)
Kyrie Eleison uit Requiem (Johannes Ockeghem)
September uit Vier letzte Lieder (Richard Strauss)
Fratres (Arvo Pärt)

Fotos’ gemaakt door Walter Slosse op 12 juni 1998.

(*) De aanwezigheid van 13 Elzassers in de compagnie “Der Führer” maakte de tragedie nog dramatischer. Tenslotte hadden Fransen ook aan de moord op hun landgenoten deelgenomen. Als excuus werd volgehouden dat zij de bevelen moesten opvolgen omdat Duitsland de Elzas had geannexeerd. Maar nog voor er sprake was van een vonnis, werd een algemene amnestie afgekondigd om de nationale eenheid in Frankrijk te bewaren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: