Skip to content

18 maart 2011

K van Koffer

Door Walter Slosse (1947-2016)

Sinds februari 2011 is een reiskoffer van de Nederlandse oorlogsmisdadiger Pieter Menten tentoongesteld in het Liberty Park in Overloon. Aan de echtheid van de koffer, die eerder werd bewaard in het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam. is nooit getwijfeld, omdat de naam van Menten staat vermeld op het formulier met de eindbestemming “Hauptbahnhof Amsterdam”.

Nooit is bewezen dat de koffer werd gebruikt voor het vervoer van kunstschatten van joden, maar Menten werd wel veroordeeld voor oorlogsmisdaden in Polen. In 1976 zorgde de aanhouding van Pieter Menten voor veel ophef in de Nederlandse media, nadat De Telegraaf had onthuld dat Menten geroofde kunst wilde laten veilen. De zaak Menten was voor de De Vlaamse journalist en schrijver Johan Anthierens (1937-2000) aanleiding om een vlijmscherp artikel te schrijven in het weekblad Knack over “de oplaaiende wraakzucht van de Nederlandse pers en het publiek”. In het VPRO-programma Radio Vrij België van 24 december 1976 sprak Johan Anthierens met Walter Slosse over zijn pamflet tegen de Nederlandse sensatiepers.

In zijn rubriek Ooggetuige schreef Johan Anthierens dat sommige Nederlandse nieuwsmedia verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop zij tijdens de aanhouding van Menten de laagste gevoelens van het Nederlandse publiek hebben bespeeld. Anthierens wou zich keren tegen de bloedhondsdolheid die zich van het Nederlandse volk meester maakt, telkens als de nazi-repressie ter sprake komt. Hierachter vermoedt Anthierens een slecht functionerend geweten van 14 miljoen infantiele monarchisten die de Tweede Wereldoorlog nog niet hebben verwerkt en die zich in een massaal hysterisch gedrag afreageren op elke oorlogsmisdadiger die ze nog kunnen ontdekken.

Luister hier naar Radio Vrij België van 24 december 1976 met Johan Anthierens:

Het geval Menten is bij mij zo over gekomen dat ik ga sympathiseren met dat ene individu, dat als een hert wordt opgejaagd. Dan krijg ik dat instinctieve gevoel, dat ik niet bij die jagers wil zijn. Ik moet zeggen dat ik altijd veel waardering heb gehad voor de Nederlandse media, maar als ik dan zie dat een hele avond lang op de Nederlandse televisie aan opbod wordt gedaan in de psychose rond Menten, dan wil ik daar iets tegen doen.

In zo een geval ga je niet exhibitionistisch gaan jubelen. Je kan op het standpunt staan dat die man moet boeten en moet hangen, ook al is het 30 jaar geleden, want hij heeft het willens en wetens gedaan. Maar je moet wel je waardigheid in acht nemen, want je reageert tegen een man die totaal onmenselijke dingen heeft gedaan. En dan moet je niet op jouw beurt je als een roofdier aanstellen. Hier telt de beschaving, de soberheid en de zelfbeheersing. Dan ga je niet doen wat de Nederlandse radio, televisie en kranten dag aan dag hebben gedaan.

In het gesprek kwam ook het aanvankelijk falen van de Nederlandse justitie ter sprake, die in 1949 Pieter Menten tot een lichte gevangenisstraf van 8 maanden had veroordeeld, zonder de ernst van zijn misdrijven in Polen verder te onderzoeken. Door een tip uit Israël kon de Nederlandse journalist Hans Knoop achterhalen dat Menten zich tussen 1941 en 1943 als SS-Hauptscharfuhrer schuldig had gemaakt aan collaboratie, medeplichtigheid aan moord en diefstal. Na twee processen werd Menten uiteindelijk in Rotterdam in 1980 veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf wegens oorlogsmisdaden. Het doel van het artikel uit 1976 van Johan Anthierens was dan ook om de rechtspraak boven de weerwraak te plaatsen.

Wij willen afrekenen met dat brutale onmenselijke dat de nazi’s geafficheerd hebben. Het opjagen van mensen die niet naar hen luisterden, dat ontmenselijken van onszelf, waar zij zeer bewust aan gewerkt hebben. Maar als weerwraakgevoelens worden opgewekt, dan vind ik dat rechts en niet democratisch. Voor mij is Menten nog altijd een mens en in elke mens kan een Menten schuilen. Aan dat stenigen en kruisigen wil ik niet meedoen. Want onder al diegenen die Menten met de vinger wijzen, zijn er heel wat die in staat zijn te doen wat Menten gedaan heeft.

Deze uitspraak van Johan Anthierens roept de gedachte op aan de Italiaanse schrijver Primo Levi die over zijn verblijf in het concentratiekamp van Auschwitz het boek Se questo e un uomo schreef. In “Als dit een mens is” beschrijft hij hoe mensen zich gedragen in extreme omstandigheden en zowel de onderdrukkers als de onderdrukten hun menselijkheid verliezen. In het gesprek in 1976 gaf Anthierens het voorbeeld van de Waalse zanger Julos Beaucarne wiens vrouw beestachtig werd vermoord door een onevenwichtige huisknecht.

De dag daarna heeft hij een boodschap laten afdrukken die zeer sober was: “laten we ons vertrouwen in de mens niet aangetast zien daardoor, ons niet laten drijven door weerwraak”. Hij heeft een hele plaat aan zijn vrouw opgedragen. Als wij mensen zijn, als we geloven dat het morgen beter gaat, laten we in hemelsnaam die man niet als een dier bejegenen. En dat is wat mij ook beweegt in mijn afschuw van de wijze waarop de zaak Menten voor het grote publiek is gegooid. Waarom men er een vertoning heeft van gemaakt.

Alles wat de Duitsers uitgespookt hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog was beneden de menselijke waardigheid. Iedereen die daaraan medeplichtig was, wordt onvoorwaardelijk aangepakt. Dat begrijp ik, dat de verontwaardiging zo wereldgroot is geweest. Maar wij hebben allerlei andere situaties gehad, waar die lijn niet is gevolgd door landen die zich democratisch noemen. Ik denk aan Vietnam waar Amerika op een vreselijke manier huis gehouden heeft voor het oog van de hele westerse wereld. Maar de mildheid en het begrip van democratische kranten en regeringen, snap ik niet. Amerika moest absoluut niet tussenbeide komen in Vietnam. Het vreselijke machtsvertoon dat we allemaal gezien hebben, was een walgelijk gevecht van de reus tegen de dwerg, met als gevolg dat David toch Goliath op de knieën heeft gekregen.

Het Palestijnse vluchtelingenkamp Tal al-Zaatar is ook zo een voorbeeld geweest, waar wekenlang een weerloze groep mensen zijn uitgeroeid op een totaal barbaarse manier. De zieken mochten niet geëvacueerd worden en wat hebben de regeringsleiders gedaan? Het minste wat ze hadden kunnen doen was toch hun stem verheffen. En op tafel slaan, dit kan niet! Alleen maar vanuit humanisme, want waarvoor hebben onze voorouders anders gevochten? Waarom hebben we dat nazisme zo radicaal afgewezen?

Het overlijden van Johan Anthierens werd op 18 maart 2011 herdacht met de onthulling van het gedicht Bericht aan de Reizigers dat op een muur van het Antwerpse Centraal Station is geschilderd. Het is een gedicht van Jan van Nijlen voor wie Johan Anthierens een grote bewondering had. Met het aanbrengen van het gedicht ging een oude droom van Johan Anthierens in vervulling, die werd gerealiseerd door de schrijfster Brigitte Raskin.

Tot 25 april 2011 is in de Kunsthal van de Sint-Pietersabdij in Gent nog de aangrijpende tentoonstelling Gekleurd Verleden te zien. Aan de hand van archieven en getuigenissen van 10 Vlaamse families wordt een beeld geschetst van de wijze waarop de bevolking de bezetting heeft ondergaan. Zowel het verzet als de collaboratie wordt uitgebreid in beeld gebracht. De meeste mensen probeerden zich aan te passen, maar  een minderheid nam bewust stelling en steunde de bezetter of ging in verzet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Note: HTML is allowed. Your email address will never be published.

Subscribe to comments

%d bloggers op de volgende wijze: